Een jas hoeft niet elke keer volledig gewassen te worden. Vaak zit het vuil maar op één plek, aan de kraag, de manchetten of de zakrand, of is er een spatje van een maaltijd op de voorkant gevallen. Wie de vlek plaatselijk behandelt, spaart de stof, houdt de vorm van de jas en verlengt de levensduur, vooral bij jassen met een waterafstotende laag of een voering. Bij een jas met een dikke voering scheelt dat veel tijd, want zo'n jas heeft na een volledige wasbeurt erg lang nodig om te drogen.
Werk zo snel mogelijk, want verse vlekken zijn makkelijker weg te halen. Bekijk eerst het etiket voor je begint, want dat vertelt of water is toegestaan. Test daarna het product op een verborgen plekje, bijvoorbeeld aan de binnenkant van de zoom. Dep de vlek met een schone, vochtige doek, van de rand naar het midden, zonder te wrijven.
Stap voor stap
Zit er vet in de vlek, dan kan een druppel afwasmiddel helpen, die je zachtjes inwerkt met je vingertoppen of een zachte borstel. Spoel met een vochtige doek na, tot er geen zeepresten meer zijn. Een oude tandenborstel werkt goed voor moeilijke hoekjes, zoals rond ritsen en knopen. Bij modder laat je het vuil eerst helemaal opdrogen en borstel je het los, voor je het met een vochtige doek nabehandelt.
Bij kragen en manchetten zit meestal huidvet en zweet. Een beetje zeep op een vochtige doek volstaat vaak, waarna je met schoon water natept. Leg een droge handdoek onder de stof, zodat de vlek niet doorloopt naar de voering. Laat de jas daarna aan de lucht drogen, op een brede hanger, weg van de radiator en niet in de volle zon.
Ziet de plek er na het drogen nog uit als een rand, dan kan je de behandeling herhalen en de randen zachtjes uitdeppen tot ze mooi overlopen. Bij zeer fijne stoffen of grote vlekken is een droogkuis vaak beter. Een jas die af en toe zo wordt verzorgd, blijft langer mooi, en de grote wasbeurt kan nog even wachten. Zo bespaar je tijd en spaar je de stof.