Regen komt zelden op het moment dat je erop gerekend hebt. Je staat bij de fietsenstalling, op het perron of onderweg naar huis, en een gewone broek is binnen de kortste keren doorweekt. Een regenbroek die je gemakkelijk over je normale kleding trekt, lost dat op. Je hoeft je niet te verkleden en je kunt na de bui gewoon verder in je eigen broek, zonder dat er iets nat is geworden.
Let bij het kiezen vooral op de pasvorm. De broek moet ruim genoeg zijn om over een spijkerbroek of een werkbroek te passen, zonder dat het een zak wordt. Een elastische band of een trekkoord in de taille zorgt ervoor dat hij blijft zitten. Handig zijn een rits of drukknopen aan de onderkant van de pijpen, zodat je de broek over je schoenen aan kunt trekken zonder ze uit te doen.
Aantrekken en opbergen
Een goede regenbroek kun je staand aantrekken. Dat lukt het best als de pijpen wijd genoeg zijn om over schoenen te schuiven en er een korte rits aan de zijkant zit. Oefen het thuis, dan gaat het onderweg vlot. Vouw de broek klein op in een zakje of in de fietstas, zodat hij altijd bij je is en niet in de weg zit. Neem hem ook mee als je onderweg bent naar een afspraak, dan kom je droog aan.
Na gebruik hang je de broek te drogen, zo mogelijk binnenstebuiten, zodat ook de binnenkant droogt. Veeg modder eraf met een vochtige doek. Een regenbroek die nat opgevouwen blijft, gaat ruiken en kan gaan plakken. Was hem zo nu en dan met een mild wasmiddel volgens het etiket en gebruik geen wasverzachter, want die verstopt het materiaal en maakt het minder waterafstotend.
Let ook op kleur en zichtbaarheid. Een lichte of opvallende kleur valt beter op in het donker en bij regen. Kijk of de naden dichtgelast of afgeplakt zijn, want anders komt er toch water doorheen. Met een goed zittende regenbroek hoef je bij de eerste druppels niet meer te schrikken, en een fietstocht in de regen wordt een stuk aangenamer dan je had verwacht.