Je regenjas houdt het water buiten, tot je op een dag merkt dat er ergens vocht binnenkomt. Meestal is dat een naad. Bij regenjassen wordt de stof aan elkaar genaaid, en elk gaatje van de naald is een mogelijke doorgang voor water. Vaak worden de naden afgeplakt met een dun bandje, en dat bandje kan na verloop van tijd loskomen. Gelukkig is dat meestal makkelijk te herstellen. Een lekkende naad is ook een teken dat de jas al een tijd meegaat, en dat is geen reden om hem meteen weg te doen.
Zoek eerst uit waar het water binnenkomt. Trek de jas aan of leg hem op een tafel en druppel wat water op verdachte plekken, zoals de schouders, de rug of de capuchon. Kijk aan de binnenkant of het bandje op de naad nog goed vastzit en of er nergens een scheurtje of een losse rand is. Markeer de plek met een stukje tape aan de buitenkant, zodat je ze later terugvindt.
De naad herstellen
Voor kleine plekken kan je naadafdichter gebruiken, een vloeibaar of klevend product dat je op de naad aanbrengt. Maak de plek eerst schoon en droog en werk het product dun uit met een klein penseeltje. Laat het goed drogen voor je de jas draagt of buigt. Volg de aanwijzingen op de verpakking zorgvuldig, want elk product werkt op een iets andere manier.
Is het afdichtbandje aan de binnenkant losgekomen, dan kan je het met een strijkijzer op een lage stand en een doek ertussen opnieuw vastdrukken, als de stof dat toelaat. Een losse rand kan je met wat geschikte lijm herstellen. Bij grote scheuren is het beter om de jas naar een naaiatelier of een herstelplaats te brengen, waar ze een nieuw bandje kunnen aanbrengen.
Nadien test je de reparatie met een klein beetje water. Blijft de plek droog, dan zit je goed. Om nieuwe problemen te voorkomen, kuis je de jas zoals aangegeven en frist je hem op met een nieuwe waterafstotende laag als het water niet meer afparelt. Met wat zorg kan een regenjas nog veel regenbuien aan, en heb je niet meteen een nieuwe nodig.