Kledij voor klamme kou die onder je kleren kruipt

Landschapsillustratie

Er is een soort kou die geen vorst nodig heeft: de klamme, grijze kou van een herfst- of wintermorgen met mist en motregen. Ze kruipt onder je kleren, ook al lijkt het buiten niet zo koud. De lucht is vochtig en neemt warmte snel mee, waardoor je je sneller koud voelt dan bij droge kou. Met de juiste kledij en enkele slimme gewoontes kan je dat gevoel vrij goed vermijden.

Het belangrijkste is dat je droog blijft, want vochtige stof voert warmte snel af. Kies daarom een buitenlaag die water afstoot en wind tegenhoudt, zoals een regenjas of een windjak. Onder die jas draag je liefst wol of een ander materiaal dat ook warm blijft als het wat vochtig wordt. Katoen zuigt vocht op en voelt bij dit soort weer snel kil aan, zeker na een tijdje buiten.

Lagen en details

Werk met meerdere dunne lagen: een hemd van wol of kunstvezel tegen de huid, een trui of vest daarover en dan de jas. Tussen de lagen blijft er lucht zitten, en die lucht houdt de warmte vast. Een sjaal of nekwarmer die goed sluit, houdt de vochtige lucht buiten. Een muts of een capuchon die goed past, is ook belangrijk, want ze houden de wind en de vochtige lucht weg bij je oren en je nek.

Let op je voeten. Vochtige grond en natte stoepen maken schoenen snel nat, en koude, natte voeten maken de hele dag koud. Kies schoenen die water tegenhouden en draag wollen sokken. Neem eventueel een reservepaar mee in je tas. Handschoenen met een goede voering houden je vingers soepel, en kies ze liever wat ruim dan te strak, zodat er lucht in kan blijven zitten.

Thuis laat je alles goed drogen, zodat het de volgende ochtend weer klaarhangt. Hang jassen en sjaals op een plek met wat luchtverversing en zet schoenen met wat papier erin te drogen. Zo begin je de volgende klamme dag met droge, warme kledij, en heb je geen last van een muffe geur die uit de kleerkast komt. Kleine gewoontes maken het verschil.